Elk casino wemelt van de bijgeloven en mythes. Het geval wil nu eenmaal dat mensen die graag een gokje wagen ongelooflijk bijgelovig zijn. Dat kan al beginnen met wat voor kleren ze aantrekken als ze naar het casino gaan, wat ze daar drinken en ga zo maar door. Omdat gokken nu eenmaal gokken is, willen we er graag iets grijpbaars omheen vlechten, dat ligt in onze aard.
Zo heeft het witte kleine balletje bij roulette geen idee waar hij in het laatste rondje op is gevallen; het heeft geen geheugen. Dus als het drie keer op rood is gevallen, wil het niet zeggen dat het wéér op rood valt, of dat het ‘dus’ nu wel op zwart zal vallen. Weet dat balletje veel. Evenmin is het zo dat een zogeheten ‘slapend’ nummer – waar het balletje al een hele tijd niet op is gevallen – nu eindelijk wel eens aan de beurt zal komen en dat je daar dus op moet inzetten. Nogmaals, het balletje heeft geen idee, en de draaibak evenmin.
“Vanavond is mijn geluksavond”. Heb je dat wel eens gehoord of gedacht? Hoezo, geluksavond? Waar ligt dat aan? Bijgeloof, alweer. Dat hindert niet, het gaat er tenslotte om dat je plezier hebt en als je plezier hebt in het geloof in je geluksavond, houd dat gevoel dan vooral vast. Iemand die een positief gevoel heeft, is doorgaans veel geconcentreerder dan iemand bij wie het geluk niet langskomt. Concentratie tijdens het spel en een beetje geluk in het begin zijn machtige wapens. Als je een houding hebt van “ik win toch niet”, moet je niet gek opkijken als deze voorspelling zichzelf waarmaakt.
Voor het spelen in casino’s is geen strategie te bedenken die gebaseerd is op rekenkundige waarheden, ook al beweren sommigen dat je met kaarten tellen, nummers bijhouden en dergelijke echt wel wint. Er is maar één echte strategie: zet nooit meer in dan je je kunt veroorloven en houd op met spelen als je constant aan het verliezen bent.